Terug naar alle nieuwsartikelen

Wat de 25 finalisten van het Wereldkampioenschap in Aken ons vertellen over fokkerij

Gepubliceerd op 31 Aug 2026
©FEI/Benjamin Clark - Steve Guerdat & Dynamix de Belheme

Het Wereldkampioenschap in Aken is voorbij en leverde veel sportiefs om te analyseren. Maar los van de uitslagen en prestaties geven de 25 finalisten ook een interessant inzicht in de fokkerij achter de hedendaagse springpaarden op topniveau. Nu de finale achter de rug is, bekijken we enkele feiten en cijfers rondom de paarden die het tot de finale schopten.

25 combinaties plaatsten zich voor de finale: 6 rijdsters en 19 rijders, met 7 merries, 14 ruineren en 4 hengsten. In percentages wijkt dit niet veel af van de oorspronkelijke longlist van 150 paarden.

Kijkend naar de stamboeken waren KWPN en Selle Français het sterkst vertegenwoordigd, met elk vier finalisten. Dat is weinig verrassend gezien hun stevige aanwezigheid op de oorspronkelijke longlist, met 32 KWPN- en 22 Selle Français-paarden. Ook opvallend: beide SBS-vertegenwoordigers bereikten de finale.

Wat betreft de oorspronkelijke fokgebieden van de 25 finalisten, namen Holsteiner-bloedlijnen duidelijk de leiding met 9 vertegenwoordigers. Daarna volgen Nederlandse lijnen met 5, Hannoveraars met 4, Franse lijnen met 3, Oldenburg met 2 en Ierland en België met elk 1. Iron Dames Sinclair is uiteindelijk terug te voeren op een Volbloed merrielijn.

De leeftijden van de paarden: gelukkig waren er geen 9- of 10-jarigen in de finale. We telden 7 elfjarigen, 4 twaalfjarigen, 6 dertienjarigen, 3 veertienjarigen, 3 vijftienjarigen, 1 zestienjarige en 1 achttienjarige. Geen echte verrassingen dus.

Ook de leeftijd van de merries bij de geboorte van de finalisten is interessant. 80% van de moeders was 10 jaar of jonger, en geen enkele merrie was 14 of ouder. Dit beeld weerspiegelt grotendeels wat we in de grotere populatie zagen. Opmerkelijk is bovendien dat de moeders van de drie podiumpaarden respectievelijk slechts 7, 6 en 6 jaar oud waren toen hun kampioenen werden geboren.

Wat de afstamming betreft: 24 verschillende hengsten staan vermeld als vaders van de 25 finalisten, waarbij alleen Cornet Obolensky tweemaal voorkomt. Er is een opvallende mix van zeer bekende hengsten en minder modieuze namen. Interessant genoeg ontbreken de zogenoemde "sexy veilingshengsten" vrijwel helemaal. Hopelijk is dat een aansporing voor de kleinere, gepassioneerde fokker om zijn eigen koers te blijven varen en vertrouwen te houden in het eigen fokprogramma. Eenzelfde patroon zag ik min of meer ook al in de oorspronkelijke longlist.

Kijkend naar de vaders van de moeders (merriesvaders) komen vier hengsten twee keer voor: Quidam de Revel, Darco, Cassini II en Numero Uno.

Tien van de 25 merries hebben zelf in de sport gelopen: 3 tot 1,30m, 2 tot 1,35m, 2 tot 1,40m, 1 tot 1,55m (Irivola del Maset) en 2 tot 1,60m (LT Holst Freda en Iron Dames Sinclair). Ook dit verschilt weinig van de situatie in de oorspronkelijke longlist, waar 54 van de 150 merries zelf in de sport waren — inclusief 17 tot 1,50m en drie tot 1,50–1,60m niveau.

Deze feiten en cijfers zijn natuurlijk niet bedoeld om succes te voorspellen of te bepalen wat een topsportpaard maakt. Fokken is veel te complex daarvoor en elk paard heeft zijn eigen verhaal. Maar het bekijken van afstammingen, moederlijnen en sportachtergronden van deze finalisten levert wel interessante inzichten op — en misschien enkele aandachtspunten voor fokkers. Uiteindelijk draait het WK om prestaties, maar achter elk paard in de arena schuilt een fokverhaal dat het waard is om te verkennen.

Dit artikel is geschreven door Ben Verheij