De beenstand van een paard heeft invloed op de manier waarop het paard beweegt, de soepelheid van het bewegen, de ruimte en het gemak.
De ideale stand van de benen van een paard wordt meestal niet aangetroffen. Het is slechts een beeld om een vergelijking te kunnen maken. Een afwijkende stand is lang niet altijd een foute stand. Het ligt aan de graad van de afwijking en of het paard er in het gebruik door wordt gehinderd. Het is wel zo dat door een afwijkende been- of voetstand de pezen en banden plaatselijk extra worden belast en de gewrichten in ongelijke mate aan slijtage onderhevig zijn, zodat het paard in een later stadium toch last van de afwijking kan krijgen.
Een paard kan met een verkeerde beenstand geboren worden, maar het kan ook ontstaan door slechte hoefverzorging, verkeerde graasgewoonte (graasvoetje) of andere factoren van buitenaf. Als een veulen een verkeerde beenstand heeft kan dit tot ongeveer 6 maanden gecorrigeerd worden.
Om de stand van een paard correct te beoordelen moet het paard vierkant staan op een vlakke bodem. Daarna bekijk je het paard van voren, van achteren en van opzij met behulp van de beenassen, een denkbeeldige loodlijn. Let hierbij ook op de voetassen, die moeten tussen de 45 en 50 graden zijn.

Zijaanzicht voorbenen
1. Normale stand
2. Gestrekte stand: hierbij staan de voorbenen iets naar voren geplaatst zodat de as van de onderarm, voorknie en pijp voor de loodlijn uitkomt. Bij deze stand ondervindt de achterste helft van de gewrichten , buigpezen en banden extra belasting.
3. Ondergeschoven stand: de voorbenen staan iets naar achteren geplaatst, waardoor ze een groter deel van het lichaamsgewicht dragen dan normaal.
4. Bokbenig: de lijn vanaf de elleboog door de onderarm en pijp is naar voren gebroken in de voorknie. Dit duidt op een zwakke voorhand, waardoor paarden hun achterhand proberen te ontlasten.
5. Hol in de knieën: de lijn vanaf de elleboog door de onderarm en pijp is naar achteren gebroken in de voorknie. Hierdoor ondervinden de pezen extra belasting en belemmert een goede stabiliteit.

Zijaanzicht achterbenen
1. Ideale stand
2. Ondergeschoven stand: vanuit de bekken staan de benen te ver naar voren geplaatst wat nadelige effecten kan hebben op de rug.
3. Gestrekte stand: de benen worden achter de loodlijn geplaatst, meestal is hierbij de hoek van het spronggewricht ook groter dan normaal en staan de hoeven stijl. Deze stand is ook nadelig voor de rug.
4. Sabelbenig: de hoek in het spronggewricht is kleiner dan 145° waardoor de hoef een andere vorm kan krijgen. Spat is veelvoorkomend bij deze stand en er ontstaat extra spanning in het spronggewricht.

Achteraanzicht achterbenen
1. Ideale stand
2. Wijd: de benen staan wijd uit elkaar en buiten de loodlijn. De hoeven staan scheef en de binnenhelft is kleiner dan de buitenhelft. Hierbij ondervindt het sprong- en kootgewricht onregelmatige slijtage.
3. Nauw: de benen staan dicht bij elkaar, de afstand tussen de hoeven is kleiner dan één hoefbreedte. Het steunvlak is smal waardoor er een onregelmatige slijtage van de gewrichten ontstaat en de kans vergroot op de strijken en kruisen.
4. Franse stand: de hielen staan iets naar binnen gericht en komen kort bij elkaar terwijl de spronggewrichten binnen de loodlijnen vallen. De benen staan naar buiten gedraaid waardoor de hoeven ook naar buiten staan. Hierdoor wordt het gewicht van het paard op onregelmatige wijze verdeeld in het spronggewricht.
5. Toontreder: komt minder vaak voor in de achterbenen
6. Koehakkig(X-benig): de hielen staan naar binnen gericht waardoor ze dicht bij elkaar komen te staan.

Zijaanzicht voetassen
1. Normale stand: de ideale kootstand maakt een hoek van 45-50 graden met de grond, er zijn echter slechts enkele paarden die aan deze voorwaarden voldoen bij alle vier de benen.
2. Weke koot: de voetas is kleiner dan 45 graden, wat leidt tot extra slijtage, vooral aan de buigpezen en een zwakke constitutie van slecht ontwikkelde spieren en gewrichten
3. Steile koot: de koten staan onder een hoek van meer dan 50 graden ten opzichte van de grond. Hierdoor wordt de schok van de neerkomende hoef op de grond minder gebroken, wat leidt tot slijtage van de gewrichten.
4. Doorgezakt: de denkbeeldige voetas is naar achteren gebroken wat leidt tot extra slijtage van de buigpezen, banden en peesscheden.
5. Beervoet: combinatie van een gebroken voetas naar voren en een weke koot, deze stand is nadelig voor een goede beweging.
6. Bokhoef: de denkbeeldige voetas is naar voren gebroken met een steile hoef. Dit leidt tot extra slijtage van de buigpezen, banden en peesscheden op de achtervlakte van het kootgewricht. Deze scheve stand kan ook leiden tot schouder- en/of rugproblemen.
