Terug naar alle nieuwsartikelen

Paarden en beenbeschermers.

Gepubliceerd op 11 Nov 2019 door Nathalie De Martin

Begin dit jaar kondigde de FEI strengere regels aan voor het gebruik van beenbescherming. (U leest de regels hier) Zo zijn zogenaamde 'pressure points' niet meer toegestaan en werden er ook regels opgelegd over welke sluiting de beenbescherming al dan niet mag hebben. Op die manier wil de FEI niet alleen zorgen voor een meer fairheid, maar ook voor meer paardenwelzijn. Wij vroegen ons af of deze nieuwe regels ook de fokkerij van de toekomst zou beïnvloeden en dus gingen we ten rade bij Jan Snellen.

Over Jan Snellen

Jan Snellen was een jaar of 12 toen hij met zijn fiets langs een wei reed waar een ouder vrouwtje hooi aan het inladen was. Hij besloot haar te helpen, want hij was altijd al geïntrigeerd door paarden en het boerenleven. Later bleek dat dat vrouwtje Marij Vos was,uit Valkenswaard... Zij was de vrouw van Piet Vos, zelf nog een oud-Olympisch springruiter en zo was het eerste paardencontact gelegd. Als een 16-jarige jongen kwam Jan terecht bij Frans van Herten en daar begon de passie voor leder. "Op een gegeven moment had ik een kaptoom die kapot was", legt Jan uit. "De instructeur had geen tijd en de man van de ruitershop had net een hersenbloeding gehad en kon op dat moment dus geen herstellingen doen. De instructeur motiveerde me toen om het met zijn hulp zelf te proberen en toen heeft Piet, de man van de ruitershop, mij zijn spullen geleend en me geholpen. Hij vond dat ik er gevoel voor had en stimuleerde me om er meer mee te doen. Toch ging het een beetje met vlagen: een tijdje niks mee gedaan, dan weer wel wat, ... Tot ik op een gegeven moment lederen halsters ging maken met koperen gespen en koperen naamplaatjes. Dat had nog niemand, dus toen ging het snel (lacht)! Maar eigenlijk trokken paarden en het paardrijden me toch meer aan... Ondertussen reed ik thuis wat paarden voor Jan Tops en besloten we om John Whitaker-peesbeschermers gaan na te maken. Ik zorgde ervoor dat ze goed gemaakt werden en Jan zorgde ervoor dat ik ze kon verkopen, omdat hij veel op nationale en internationale concoursen kwam. In 1988 werd Albert Voorn klant, en toen moest ik pas echt op de kleinste details gaan letten (lacht). Wie Albert kent, weet dat alles heel precies moet, maar daar heb ik zelf dus heel veel van geleerd! En hij is trouwens nog steeds klant, dus hij zal toch wel tevreden zijn..."

Dorina (Franke Sloothaak)

"In 1992 kreeg ik een telefoontje van Theo Molenaers. Dorina, het paard van Franke Sloothaak, had haarzelf aangetikt op concours en had daarbij een adertje beschadigd. Dat zorgde ervoor dat Franke niet tevreden was over de peesbeschermers die op de markt waren, en hij vroeg of ik niet wou helpen bij de ontwikkeling van een peesbeschermer voor Dorina. Vervolgens reisde ik naar Damme in Duitsland en hebben we een model uitgetekend dat ik vervolgens gemaakt heb. Een paar weken later was het model klaar en stuurde ik het op naar Sloothaak. Enkele dagen later stond hij bij me op de stoep. Hij had nog wat aanpassingen maar verder was het goed. Ik besloot Franke toen te vragen of ik zijn handtekening er op mocht zetten, want Franke was toen al een echte grootheid. En voor ik het wist was de Franke Sloothaak-beenbeschermer geboren. Deze beenbeschermers hadden bijvoorbeeld losse inlegvellen wol, iets wat totaal nieuw was in die tijd. In 1994 werd Franke Wereldkampioen, dus u kunt zich wel inbeelden dat deze beenbeschermers toen een hele vlucht hebben genomen..."

De eerste achterbeenbeschermers

"E.T. van Hugo Simon liep in Wenen met grote Hipporto, dat waren synthetische kappen die je moest warm maken in warm water om ze in een goede vorm rond het been te krijgen en dan als ze afkoelde werden ze weer hard", legt Jan uit. "Jan Tops kwam ter ore dat E.T. daardoor veel beter sprong en dus moest ik ze aanpassen en er lood aan toevoegen. Dat was een heel vervelend werk, want ik moest ze iedere keer warm maken, weer recht maken, ze aanpassen, ... Dus besloot ik gewoon lange lederen achterkappen (die toen qua lengte nog gewoon leken op voorkappen) te maken volgens hetzelfde model, maar dan met lood erin. Op een gegeven moment verkoop ik zo'n model aan Marcel Cleeren, de vader van Kristof Cleeren. Marcel belt mij vervolgens op om te zeggen dat zijn paard er veel te heftig op reageert, en vraagt of ik ze kleiner kan maken. Dat heb ik vervolgens gedaan en zo zijn de eerste achterbeenbeschermers ontstaan... En weet je, tot een jaar of 3 geleden heeft de FEI zelfs nooit geen regel opgelegd over de lengte van de beenbeschemers!"

Massaproductie

"Ik heb mijn beenbeschermers nooit in de massa gepubliceerd", vervolgt Jan. "Omdat ik het altijd heel belangrijk vond dat ze in kundige handen kwamen. Maar enkele jaren geleden zijn er bedrijven topruiters beginnen te sponsoren waarna ze diezelfde producten ook in de handel, bij de gewone ruitershop, zijn gaan brengen. Dat heb ik ze altijd kwalijk genomen, want het zorgde ervoor dat de amateur met dezelfde peesbescherming als bijvoorbeeld Jeroen Dubbeldam wou gaan rijden... Ik hoef je de rest niet uit te leggen, want op concours zul je zelf ook wel regelmatig iemand in de 90 cm zien rijden met dichte achterkappen. Dat zijn kappen die totaal niet geschikt zijn voor hun... Dat vind ik heel jammer, want zelfs voor pony's verkopen ze setjes met voorbeenbeenschermers gecombineerd met knijpertjes. Laat die kinderen toch eerst leren om netjes op hun pony te blijven zitten..."

Beïnvloeden van sport en fokkerij

Ondertussen weet ook u meer over de evolutie van de beenbescherming, maar zorgt deze nieuwe FEI regelgeving er voor dat de fokkerij ook een andere weg moet inslaan? "Nee hoor", aldus Jan. "Uit het verleden is altijd gebleken dat het heel moeilijk is om het voorbeen met beenbescherming te beïnvloeden. Het is niet onmogelijk, maar niet alle paarden zijn heel gevoelig aan hun voorbenen, waardoor maar weer extra blijkt dat de voorbeentechniek verbeteren echt wel een belangrijk punt is voor de fokkerij. Het achterbeen daarentegen is veel gemakkelijker te bewerken. Er lopen aan het achterbeen best wel wat pezen die gevoelig zijn, waardoor een peeskap dus wat invloed uit kan oefenen. Langzaamaan worden de 'pressure points', de zogenaamde drukpunten, afgeschaft, maar dit betekent niet dat het been niet meer beïnvloedbaar is. Het is nog steeds toegestaan om tot 500 gram per been aan het paard te bevestigen qua bescherming. Ik heb bijvoorbeeld ruiters die een achterkapje willen van exact 365 gram, omdat hun paard hier het beste op reageert. Het is dus een kwestie van feeling en management om te zien hoe je paard het beste reageert. Sommige paarden reageren heel extreem, zoals bijvoorbeeld Admara van Carlos Lopez in de wereldbekermanche. Hij had gewoon reglementaire achterkappen aan... In mijn ervaring is het dus goed mogelijk om een goed getraind springpaard te helpen zijn achterbeentechniek te verbeteren, want zo moet je het ook zien. Het is een manier om ze te leren hun lichaam beter te gebruiken." Maar toch zijn er paarden die niet of weinig op beenbescherming reageren? "Dat klopt, maar als iemand me belt dat ze met "Doda's" (zoals Jan ze noemt) rijden, en het paard er niet op reageert dan vraag ik eerst met wat voor bit ze rijden. Anatomisch gezien loopt het paard zijn pees van zijn achterbeen, over zijn bil, over de rug tot aan de hals. Kijk, als je er dan een heel scherp bit in gooit, dan houdt zo'n paard zijn nek vast, waardoor hij de hals en rug gaat vastzetten en dus helemaal geen signalen meer voelt die vanachter worden aangegeven. Dus inderdaad, dan kan het best dat een paard geen effect geeft op zijn achterkappen. Andersom kan een paard ook afgestompt worden aan zijn beenbescherming door het te vaak of ondeskundig te gebruiken. Maar dat brengt ons opnieuw bij de essentie: er is geen enkel hulpmiddel dat horsemanship kan vervangen...", besluit Jan.